De wet REA
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (kortweg de wet REA) minimaliseert de financiële risico's voor werkgevers die arbeidsgehandicapten in dienst nemen. Ook biedt de wet compensatie voor eventuele extra kosten voor aanpassingen van de werkplek en dergelijke. Want het mag niet zo zijn dat de financiële risico's u als werkgever ervan weerhouden mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen.
Een arbeidsgehandicapte in dienst nemen
Mensen die langdurig ziek of (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn, kunnen vaak meer voor u betekenen dan u wellicht denkt. Wie voor de ene baan niet meer geschikt is, kan immers in een andere functie heel goed op zijn plaats zijn.
Financiële betrokkenheid
Werkgevers worden de laatste jaren steeds meer betrokken bij de kosten voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zo betaalt u bij ziekte van de werknemer zelf het eerste jaar het loon door en heeft u sinds 1 januari 1998 (invoering wet Pemba) ook meer verantwoordelijkheid gekregen voor de financiering van de WAO. Als u geen gezond arbeidsomstandighedenbeleid voert, merkt u dat al snel in uw portemonnee. Die financiële betrokkenheid mag u echter niet remmen om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Daarom is in de Wet Rea een no-risk polis opgenomen.
No-risk polis
Indien u een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst neemt bent u als werkgever gevrijwaard van de financiële risico's voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. U dient bij ziekte van de werknemer gedurende de eerste vijf jaar na indiensttreding loon door te betalen, maar u kunt daarvoor ziekengeld terugvragen. Bovendien is er bij toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak (waarvoor de werkgever zijn WAO-WAZ of Wajong uitkering kreeg) gedurende vijf jaar voor een beperkte risico van 4 weken loondoorbetaling, waarna de uitkering zal worden herzien.
Ook het risico van hernieuwde of toekomstige arbeidsongeschiktheid is afgedekt. Als de arbeidsgehandicapte werknemer binnen zes jaar na indiensttreding arbeidsongeschikt wordt, telt hij niet mee voor de berekening van de gedifferentieerde WAO- premie.
Is bij de arbeidsgehandicapte bovendien sprake van een verhoogd risico op gezondheidsklachten, dan kan deze termijn van zes jaren verlengd worden evenals de termijn van vijf jaren bij ziekengeld voor de arbeidsgehandicapte.
Houdt de arbeidsgehandicapte na het in dienst treden blijvend recht op een (gedeeltelijke) WAO-, WAZ- of Wajong- uitkering dan wordt deze niet aan u doorberekend.
Herplaatsingsbudget
Heeft u voor 1 januari 2002 een arbeidsgehandicapte herplaatst in een andere functie, omdat diegene het oude werk niet meer aan kon dan maakt u aanspraak op een herplaatsingsbudget. Het herplaatsingsbudget bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming van € 3.630,24. Het budget wordt toegekend bij herplaatsing van tenminste 1 jaar. U hoeft bij de aanvraag van het budget niet aan te tonen daadwerkelijk kosten te hebben gemaakt of te zullen maken: wie een arbeidsgehandicapte in dienst neemt wordt geacht daarvoor zekere kosten te maken en deze uit het budget te kunnen financieren. Als het herplaatsingsbudget niet toereikend is, kunt u een pakket-op-maat aanvragen. De enige voorwaarde voor het herplaatsingsbudget is dat de arbeidsgehandicapte werknemer absoluut niet terug kan keren in de eigen functie en ook daadwerkelijk wordt herplaatst in een andere functie. Dit kunt u aantonen met het reïntegratieplan dat u heeft opgesteld. Bij het bedrag is uitgegaan van een voltijd dienstverband. Bij een deeltijdfunctie geldt een evenredig bedrag.
Plaatsingsbudget
Indien u voor 1 januari 2002 een arbeidsgehandicapte heeft aangenomen voor ten minste een half jaar krijgt u €10.890.73. U hoeft niet aan te tonen dat u deze subsidie nodig heeft, of hoe u het geld gaat gebruiken. Met het standaard plaatsingsbudget kunt u zaken bekostigen als een aanpassing van de werkplek, de herinrichting van het bedrijf, her- of bijscholing, training of begeleiding. Het budget wordt over drie jaar gespreid. Van het totale standaard plaatsingsbudget van €10.890.73 ontvangt u het eerste jaar € 5.445.36, het tweede jaar €3.630.24 en het derde jaar €1.815.12. Deze bedragen zijn gebaseerd op een voltijd dienstverband. Bij een deeltijdfunctie gelden evenredige bedragen.
U krijgt het budget zolang de betrokkene in dienst blijft. Als al bij aanvang van het dienstverband duidelijk is dat het dienstverband korter dan een jaar zal duren, vindt evenredige verlaging van het budget plaats. Duurt het dienstverband minder dan drie jaar, dan kan het bedrag voor het betreffende jaar naar rato worden teruggevorderd. De terugvordering is echter beperkt. De investeringen die u inmiddels voor de werknemer heeft gedaan, hoeft u niet terug te betalen.
Pakket-op-maat:
Indien het herplaatsingsbudget of het plaatsingbudget niet voldoende is, kunt u een 'pakket-op-maat' aanvragen. U stelt dan een individuele begroting op die door de betrokken instantie wordt beoordeeld. Voor het pakket-op-maat geldt geen maximum. Bij een aanvraag boven de €22.689.11 wordt een bedrijfseconomische toets uitgevoerd. Dit houdt in dat rekening wordt gehouden met het bedrijfseconomische voordeel dat u van de aanpassing kunt hebben.
Het pakket-op-maat kan onder meer bestaan uit:
een loonkostensubsidie ten bedrage van ten hoogste 33 1/3 % van het overeengekomen bruto loon per jaar, gedurende maximaal 3 jaar;
een eenmalige trainings- en begeleidingssubsidie van ten hoogste €1815,12
een subsidie voor kosten van scholing, subsidie voor kosten die voortvloeien uit noodzakelijke werkaanpassingen of aanpassingen aan de werkomgeving.
Als het dienstverband binnen één jaar wordt verbroken, kan het bedrag naar rato worden teruggevorderd. De terugvordering is beperkt. De investering die u voor de plaatsing heeft gedaan, hoeft u niet terug te betalen.
Premiekorting voor herplaatsing
Als u op of na 1 januari 2002 een arbeidsgehandicapte in de gelegenheid stelt zijn oude functie weer te vervullen of als u deze werknemer herplaatst in een andere functie binnen uw bedrijf krijgt u voor zolang de dienstbetrekking duurt maar hoogstens gedurende één jaar premiekortingen op de WAO en de WW. U ontvangt dan éénmalig €2.042 per jaar. Indien een werknemer minder dan 50% van het minimumloon verdient, krijgt u €454 premiekorting.
De korting wordt verhoogd met €1.361 per jaar als de werknemer jonggehandicapte is, dat geldt ook voor arbeidsgehandicapte werknemers met een beperking die voor de 17e verjaardag al bestond.
Premiekorting voor plaatsing
Als u op of na 1 januari 2002 een arbeidsgehandicapte in dienst neemt, krijgt u voor zolang de dienstbetrekking duurt, maar hoogstens gedurende drie jaar, kortingen op de WAO- en WW- premies. De premiekorting is €2.042
Subsidie voor extra kosten
Als de kosten voor het plaatsen of het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer in uw bedrijf hoger zijn dan de premiekorting heeft u recht op subsidie voor de meerkosten. De meerkosten kunnen alleen vergoed worden als de dienstbetrekking is aangegaan voor tenminste 6 maanden of als de werknemer in elkaar opvolgende dienstbetrekkingen tenminste 6 maanden in dienst is. Het gaat dan om kosten die verband houden met: scholing, training en begeleiding, noodzakelijke aanpassingen van samenstelling en toewijzing van arbeid, inrichting van de werkplaats, de productie- en werkmethoden en in bij de arbeid te gebruiken middelen, kosten die voortvloeien uit aanpassing van de inrichting van het bedrijf, voor zover deze noodzakelijk zijn.
Premiekorting voor werkgevers met oudere werknemers in dienst
U kunt in aanmerking komen voor een korting van 2% op de basispremie van de WAO voor iedere werknemer van 58 jaar of ouder die bij u in dienst is. Deze korting komt boven op eventuele andere kortingen.
Deze maatregel is bedoeld om u te stimuleren ouderen aan het werk te houden.
Meeneembare voorzieningen
Voor meeneembare voorzieningen bestemt voor een arbeidsgehandicapte werknemer die aan u worden verstrekt, kunt u eventueel in aanmerking komen voor meerkostenvergoeding. Het betreft dan voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij arbeid te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op het individu zijn afgestemd. Hierbij kunt u denken aan voorzieningen die u ook op een andere arbeidsplaats zal kunnen gebruiken.
Jobcoaching
De Wet REA biedt de mogelijkheid van een vergoeding voor noodzakelijke persoonlijke ondersteuning van een arbeidsgehandicapte werknemer bij diens werk. Het moet dan gaan om een jobcoach die een arbeidsgehandicapte werknemer intensieve training en begeleiding geeft, en die door u als werkgever in dienst is genomen. De regeling zorgt ervoor dat de werkgever geen extra tijd hoeft uit te trekken voor de noodzakelijke begeleiding. In het eerste jaar kunnen de kosten van de jobcoach worden vergoed tot 15% van het aantal werknemersuren. In de jaren erna is een minder intensieve begeleiding nodig en wordt de vergoeding afgebouwd naar 6%. De werknemer vraagt UWV een vergoeding voor de kosten van begeleiding vóór hij deze kosten heeft gemaakt. Formeel wordt deze voorziening aan de werknemer toegekend. De werknemer machtigt in de praktijk UWV doorgaans om de betalingen rechtstreeks aan de jobcoach-organisatie te doen.
Een voorwaarde is dat er een dienstverband bestaat tussen de arbeidsgehandicapte werknemer en de werkgever. Tevens dient de jobcoach te voldoen aan de gestelde opleidingsvereisten.
Een toekenning geldt in principe telkens voor één jaar. Na verloop van negen maanden wordt gekeken hoeveel uur begeleiding in het volgende jaar nodig is.
Loondispensatie
U heeft recht op loondispensatie als de prestatie van de arbeidsgehandicapte werknemer niet in verhouding staat tot het loon dat u moet betalen. U kunt loondispensatie aanvragen bij het UWV.
Loonsuppletie
Als een werknemer werk aanvaardt tegen een lager loon dan zijn loon dat hij ontving toen hij nog niet arbeidsgehandicapt was, komt hij in aanmerking voor een aanvulling. Zo'n aanvulling wordt loonsuppletie genoemd.
Hij komt in aanmerking voor loonsuppletie als hij bij een nieuwe werkgever gaat werken of als hij een nieuwe functie gaat bekleden bij de huidige werkgever. Hij komt ook in aanmerking voor loonsuppletie als hij als voormalig zelfstandige in loondienst gaat werken.
De loonsuppletie is maximaal 20% van zijn 'theoretische verdiencapaciteit'. De 'theoretische verdiencapaciteit' is het loon dat hij op basis van zijn kunnen zou moeten kunnen verdienen. Wat dit is wordt tijdens de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling bepaald.
De loonsuppletie duurt maximaal vier jaar. Het is de bedoeling dat hij in vier jaar tijd weer het salaris verdient dat gelijk is aan zijn 'theoretische verdiencapaciteit'. De aanvulling wordt ieder jaar met een bepaald percentage verlaagd.
Proefplaatsing en reïntegratie-uitkering
Indien u een arbeidsgehandicapte met een BIA- of een gedeeltelijke WW- uitkering wilt plaatsen, maar eraan twijfelt of hij/ zij het werk aan kan, heeft u de mogelijkheid deze persoon maximaal zes maanden proef te laten draaien. Gedurende deze maanden verricht de werknemer onbetaalde arbeid. Zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt aangevuld met een reïntegratie-uitkering. Alhoewel vast werk het uiteindelijke doel is van de proefplaatsing, is een aansluitend dienstverband geen voorwaarde.
De mogelijkheid van een plaatsing op proef doet zich voor na het eerste ziektejaar. Vast moet staan dat de werknemer arbeidsgehandicapt is en niet kan terugkeren in de eigen functie.
Een eigen werknemer reïntegreren
Als één van uw werknemers ziek wordt, doet u er als werkgever natuurlijk alles aan om te zorgen dat deze zo snel mogelijk weer aan het werk kan. Hoe langer het ziekteverzuim duurt, hoe moeilijker het vaak voor iemand is om de draad weer op te pakken. Daarom is het van belang in een zo vroeg mogelijk stadium te onderzoeken hoe de medewerker het eigen werk kan hervatten. Bijvoorbeeld door goede verzuimbegeleiding of aanpassing van de werkplek.
Subsidie voor reïntegratie in een andere onderneming
Als een werknemer zijn eigen werk niet meer kan doen, maar nog wel geschikt is voor ander werk, en het staat vast dat er binnen uw bedrijf geen reële mogelijkheden tot herplaatsing zijn, dan is UWV verantwoordelijk voor de reïntegratie van deze werknemer. In het kader van de nieuwe SUWI-wetgeving (Structuur Uitvoering Werk en Inkomen) kunt u als werkgever deze verantwoordelijkheid onder bepaalde voorwaarden van UWV overnemen. In dat geval kunt u subsidie aanvragen voor scholing, training of andere maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer te laten reïntegreren in werk bij een andere onderneming. In 2002 is dit nog maar in beperkte mate mogelijk.
Goede arbeidsomstandigheden
Het is belangrijk aandacht te besteden aan de veiligheid en gezondheid van uw werknemers. Goede arbeidsomstandigheden en het tijdig erkennen en aanpakken van risico's kan veel leed voorkomen. De verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie kunnen hierbij een richtlijn zijn. Uw arbodienst helpt u zonodig bij het opstellen.
Wederzijds belang
Bij ziekte van een werknemer hebben zowel u als de werknemer zelf belang bij een zo spoedig mogelijke hervatting van het werk. Bovendien draagt de werknemer eigen verantwoordelijkheid voor zijn reïntegratie. Hij weet immers als geen ander waar zijn beperkingen liggen en wat zijn mogelijkheden zijn. U kunt bij UWV subsidie voor voorzieningen aanvragen die nodig zijn om de werknemer zijn oude functie weer te laten vervullen.
Terugkeer uitgesloten
Zijn er geen mogelijkheden binnen uw eigen bedrijf om de werknemer terug te laten keren dan neemt UWV de reïntegratietaak van u over. In dat geval moet er een reïntegratieverslag zijn ingediend dat door UWV is goedgekeurd. Is al vrij snel duidelijk dat terugkeer uitgesloten is, dan kan UWV al tijdens het eerste ziektejaar de reïntegratietaak van u overnemen. UWV zoekt dan samen met de arbeidsgehandicapte werknemer naar andere mogelijkheden, zoals omscholing voor een nieuwe functie.Heeft u nog vragen? Dan kunt u voor meer informatie tijdens kantooruren bellen met de afdeling Publieksinformatie van UWV.
Bron: UWV, http://www.uwv.nl/